Lucinda Ra

Het Fioretti Project (English)
Het Fioretti Project
speellijst
in de pers

Lucinda Ra is een gelegenheidscollectief speciaal opgericht voor Het Fioretti Project. Het collectief bestaat uit de Vlaamse makers Barbara Claes, Jeroen van Herzeele, Simon Allemeersch, Stefanie Claes, Giovanni Barcella, Maarten de Vrieze, Bart Capelle en Brigitte Mys. 

In het kort: Giovanni Barcella en Jeroen van Herzeele zijn de muzikanten (respectievelijk drum en sax). Maarten De Vrieze is fotograaf, maakt beeldend werk en bouwt. Stefanie Claes, Simon Allemeersch en Barbara Claes werken als theatermakers. Bart Capelle is de dramaturg. Brigitte Mys regelt de zakelijke kant, Mario Debaene zal de affiche en de bijkomende publicatie ontwerpen, en Vincent Vandenbossche zorgt voor de spreiding en de verkoop.

 

Giovanni Barcella (Italië, 1970) studeerde als jazzdrummer bij Arki Buelli en bij het ​​CDPM centrum met Giampiero Prina. Hij vestigde zich in België in 1999 en startte samenwerkingen met Koen de Cauter, Fapy Lafertin, Dick Van der Harst en Bart Maris. Sindsdien heeft hij gewerkt met lokale en internationale artiesten en bands. Zijn stijl is intens, explosief en poëtisch tegelijkertijd. Je zou kunnen zeggen dat zijn moedertaal free jazz is, hoewel hij ook houdt van andere stijlen en tradities. Hij werkte samen met Jean-Jacques Avenel, Marshall Allen, Reggie Washington, Dan Tepfer, Kris Wanders, Jeroen Van Herzeele, Charles Gayle en anderen. Hij speelde solo of als sideman op verschillende internationale festivals zoals : Muziek Antwerpen , Blue Note festival, Gent Jazz, Jazz Middelheim, Jazz à Liège, Happy New Ears in Buda, Clusone Jazz, Lille, Avignon, Wenen – of ook in Portugal en Denemarken. Barcella is lid van groepen als Moker, Backback, Bart Maris / Barcella duo, Jeroen van Herzeele Quartet et duo, Paul van Gijsegem trio C02, en Charles Gayle Trio . Hij duikt vaak op in theater- of dansproducties. Hij toerde bijvoorbeeld in 2012-2013 met een theaterstuk Het fantastische leven van de heilige christoffel zoals samengevat in twaalf taferelen en drie liederen, dat geselecteerd werd voor zowel het Vlaamse Theaterfestival als het Nederlandse. Barcella was ook de iniator van het gratis muziekplatform Ciclic Records , lid van de jury van de Jong Jazz Talent wedstrijd op Gent Jazz. Sinds 2004 is hij ook muziekprogrammator bij het festival Citadelic, bij El Negocito Records en Club. Momenteel werkt hij aan opnames met de band Backback en is er net een Europese tour met Charles Gayle achter de rug.

 

Jeroen Van Herzeele (1965) studeerde tenor sax aan de jazz-studio in Antwerpen en kreeg les van Dave Pike, Peter Hertmans en John Ruocco, en volgde in de VS workshops bij Joe Lovano en Dave Liebman. Hij speelt en speelde samen met onder anderen Toots Thielemans, Chris Joris Experience, Philip Catherine, Act Big Band, Octurn, Nathalie Loriers Quartet en Kris Defoort & Dreamtime. Hij maakt deel uit van een lange lijst van bands zoals Octurn, het Ben Sluijs Quartar, Mâäk’s SpiritIvan Paduart quartet,Variations on A Love SupremeKris Defoort’s Dreamtime en vele andere. Zelf is hij de bandleider van het Jeroen van Herzeele quartet, samen met Giovanni Barcella, Fabian Fiorini en wijlen Jean-Jacques Avenel – met de erfenis van de laatste muzikale periode van Coltrane (denk aan opnames als Interstellar Space, Meditations of Stellar Regions) als onuitputtelijke inspiratiebron. Zijn trektochten binnen en buiten de jazz brachten hem naar Syrië, Libanon, Koeweit, Canada, de VS, en grote delen van Europa en Afrika. In 1999 ontving Van Herzeele de Django d’Or-prijs, die elk jaar wordt toegekend aan een jonge uitmuntende jazzmuzikant, en de Louis Paul Boon-prijs voor zijn hele oeuvre. Momenteel doceert hij aan het conservatorium van Brussel.

 

Stefanie Claes (1983) studeerde plastische Kunsten aan Sint Lucas in Gent en daarna behaalde zij haar master in de dramatische kunsten Regie aan het Rits in Brussel. Ze speelde als acteur o.a in Sleutelveld(Bronks), Kreon (Zuidpool) en à l’Attente du livre d’or (KVS en Campo) maar ze legt zich vooral toe op het maken van eigen projecten. In 2009 was ze maker van Roberta nooit huilen (Rits en Bâtard festival). Stefanie won met haar eindwerk Het Feest Van De platte Cake de KBC TAZprijs en ze maakte met de prijsTRIOMFF samen met Barbara Claes. Met Barbara maakte ze eerder Non kannibaal, een gruwelijke en religieuze kindervoorstelling voor volwassenen en voor het Bâtard festival werkten ze met een jeugdkoor hieraan verder tot Maar De Wolven die leven Nog. Datzelfde jaar schreef Stefanie Bottekes in het schrijversgevang van Monty, een fragmentarisch scenario waarin zij in twintig bladzijden 1 moment van verdrinking probeert te vangen. Deze tekst werd het materiaal voor de voorstelling De Bottekes: een project i.s.m met 12 leerlingen van het Maria Boodschaplyceum in Brussel, Michaël Vandewalle en Barbara Claes. In 2012 werkte ze mee aan Het Fantastische leven van de heilige Sint Christoffel zoals samengevat in twaalf taferelen en drie liederen. Deze voorstelling werd geselecteerd voor Circuit X en Het Theaterfestival, en kreeg de Roel Verniersprijs. Vorig jaar maakte ze met Barbara Claes De Bultenklacht in de Figuranten in Menen, met een groep uit de psychiatrische instelling van Menen. Vervolgens maakten ze De Bultenklachtop een andere manier in Monty. Naast haar theaterwerk werkt Stefanie ook aan beeldend werk zoals tekeningen en figuren.

 

 

Barbara Claes (1983) behaalde haar meestergraad in het theater in het Rits, Erasmushogeschool Brussel (2010). Daar werden de volgende creaties geboren: Nimmermeer (De Maan in coproductie met Abattoir Ferme) en A l’attente du livre d’or (Campo en KVS). Beide stukken werden genomineerd voor Het Theaterfestival. Met haar zus Stefanie Claes creëerde ze Maar de wolven die leven nog (Batardfestival) enDe Bottekes, in samenwerking met het Maria Boodschaplyceum en Triomff op TAZ waar Stefanie Claes de prijs won voor jong werk. Ze produceerden ook De Bultenklacht, een werk in vier fasen, waaronder een concert door de bourgeoisie, een werk met leerlingen van Siso Marco Polo, een voorstelling met een groep psychiatrische patiënten i.s.m de Figuranten in Menen en een voorstelling in de Monty Antwerpen. Samen met Stefanie Claes en Simon Allemeersch werd ze genomineerd voor ‘Het fantatische Leven van de heilige Sint Christoffel voor Het Theaterfestival en circuit X (2011), wat ook de Roel Verniersprijs opleverde. In samenwerking met de Scheld’apen en de Theatermaker schreef ze Akaaremoertoe Bahikoeroe (2013) een theaterstuk voor twaalf personen. Barbara werkt als actrice, performer, schrijver en theatermaker. Ze combineert een grote liefde voor poëzie, poppen en zelf gemaakte objecten, spoken word, landschappen, foolness, fantasie en talen.

 

Simon Allemeersch (1980) studeerde Germaanse Talen aan de KU Leuven en volgde daarna de regieopleiding aan het Rits in Brussel. Tijdens deze opleiding raakte hij betrokken bij de werking van Nieuwpoorttheater, waar hij meewerkte aan verschillende voorstellingen en sociaal-artistieke projecten. In 2006 won hij de prijs voor Jong Theater op Theater Aan Zee met de voorstelling Marre de Boire. Samen met Giovanni Barcella en Nicolas Delalieux maakte hij daarop  De bokser en de dood (2007). Naast een onderzoeksperiode bij CAMPO (Reis naar het middelpunt der aarde, 2008-2009), zet hij zijn parcours verder binnen kunstenwerkplaats Scheld’apen: There’s a little café in disneyland in samenwerking met Nicolas Delalieux en stadion scheld’apen met Jozef Wouters en de Marco Polo school. Samen met Jozef Wouters, Bart Capelle, Giovanni Barcella en Jeroen Van Herzeele maakte hij de voorstelling Silence Fini (2009), en daarna in samenwerking met Barbara Claes, Stefanie Claes, Giovanni Barcella en Jeroen Van Herzeele Het fantastische leven van de heilige sint Christoffel zoals samengevat in twaalf taferelen en drie liederen (De Werf, 2012) – een voorstelling die geselecteerd werd voor het Theaterfestival 2012, Het Nederlands Theaterfestival en Circuit X, en bekroond werd met de Roel Verniersprijs. Momenteel maakt hij deel uit van de Stadsresidenten bij Kunstencentrum Vooruit, en geeft ook les als gastdocent aan het KASK in Gent.

 

Maarten Devrieze (1983) Als geschoolde electromechanicus draaide Maarten Devrieze enkele jaren mee in de industrie. Met één jaar fotografie aan het KASK in Gent en twee jaar avondonderwijs op zak, gidste hij zichzelf. Na enige omzwerving (Europa, ex-Joegoslavië, Turkije en Iran) zoekend naar een weids landschap kwam hij in contact met enkele gelijkgestemden. Zo werkte hij met Karl Van Welden als assistent mee op het Oerol festival (2010) – om er samen met dramaturg Bart Cappelle Intro Saturn (2010) te ontwikkelen. Mede dankzij partners als De Vooruit, Pact Zollverein en de Vlaamse gemeenschap kon Saturn zich verder ontplooien en wordt er vandaag anno 2013 met wpZimmer een Europese tournee afgewerkt. Ondertussen maakte Maarten Nakoki Kokanga Yo Foto, een tentoonstelling met eigen werk in galerij Entrepot Fictif in Gent (2012), over de ontwikkeling van het landschap in de République Démocratique du Congo in 2010. In Congo had hij rondgekeken, gefotografeerd en verruilde hij er zijn oude kleren van de jeugdbeweging voor die van de mensen die hij tegenkwam. Het resultaat is werk in bariet, licht, ferrometaal, zijdeglansverf, polymeren, papier en objets échangés. Binnenin het kader van Rabot 4-358 kon Maarten een eigen beeldtaal ontwikkelen die een samenwerking met Simon Allemeersch over de torens heen mogelijk maakte. Zo maakte hij samen met Simon Allemeersch en Michiel Soete ook Assemblage d’une rue voor het Toc Toc Knock festival (2013) van de KVS. Tussendoor werkt hij zelf verder aan zijn eigen werk, waarbij omzwervingen onder andere in de Verenigde Staten een belangrijke plaats innemen.

 

Bart Capelle (1978) werkt sinds 2002 als freelance dramaturg. Zijn werkterrein situeert zich veeleer in het makers- dan het repertoiretheater. In het verleden verzorgde hij de dramaturgie voor voorstellingen van onder andere Marijs Boulogne & Manah Depauw (Buelens Paulina), Ivan Vrambout (Action Malaise), Ontroerend Goed, Nieuwpoorttheater, Unie der Zorgelozen, Karine Pontiès & Lawrence Malstaf (Lod), Cie Barbarie, Ben Benaouisse, Pol Heyvaert (Campo), Union Suspecte, Simon Allemeersch en Karl Van Welden / Verenigde Planeten). Sinds 2010 werkt hij met regelmaat in het buitenland, onder meer aan This Time With Feeling (The Tramway & Glasgow International, UK), Fuck My Life (Cork Midsummer Festival, IE), Girl X en Knives in Hens (National Theatre of Scotland, UK), Exit Strategy  (Makeshift Ensemble, IE). Momenteel is hij betrokken bij de creatie van o.a. Eun Beagh Cannaidh (Fiona J. Mackenzie, National Theatre of Scotland) en Some Use For Your Broken Clay Pots (Christophe Meierhans).

 

Mario Debaene (1964) Mario Debaene studeerde af aan het KASK in Gent als Meester in de audiovisuele kunsten binnen animatiefilm. Hij werkte zowel als cameraman, als ontwerper voor film en boeken of typograaf, o.a. in samenwerking met Gert Dooreman. Debaene was daarnaast ook illustrator voor De Standaard en Le Monde en voor tijdschriften zoals recto:verso of Humo. Doceert nu aan het Kask binnen de richting animatie en is vaste typograaf en vormgever bij tal van culturele organisaties en gezelschappen zoals Wunderbaum of Volkskunde Vlaanderen. Ontwierp al verschillende affiches en publicaties voor theatervoorstellingen van Simon Allemeersch.

 

 

Lees hier een interview van Lucinda Ra over Fioretti.

Een jaar

Barbara: We hebben een residentie georganiseerd in de kinderpsychiatrie Fioretti. Nu zijn we in De Werf om daar een voorstelling over te maken.

Simon: Deze residentie heeft een jaar geduurd. Tijd is relatief: dat jaar voelt als heel erg kort.

Stefanie: Je zou denken dat het een grote luxe is: één jaar werken aan een voorstelling. Maar het gaat over veel meer dan de voorstelling alleen. De voorstelling maken is ons doel, maar we willen dat niet doen zonder echt te weten waarover we aan het vertellen zijn. Je hebt dat jaar nodig. Om het theater los te laten, om net van het theater afstand te nemen. Anders observeer je met een te gevormde kijk, dan kijk je naar alles in het kader van een scène. 'Alles wat vooraf ging' is dus vier keer zo lang dan de voorstelling maken.

Het feit dat Fioretti ons uitgangspunt is, en geen verhaal of een tekst maar wel een context waar we gewerkt hebben, dat heeft consequenties.

Er is een plek die we moeten (en willen) leren kennen. Dit soort plek, een kinderpsychiatrie, is een geïsoleerde omgeving. Het duurt enige tijd om te beseffen hoe die werkt, als buitenstaander is niets wat daar gebeurt vanzelfsprekend. Het is een voorrecht om zo naar de dingen te kunnen kijken. Het ontcijferen is enkel tijdrovender dan bijvoorbeeld een tekst. Fioretti is onze tekst.

Simon: We zijn niet het soort makers die een tekst gaan schrijven op een zolderkamer. We hadden na de Christoffel terug in een zaal kunnen gaan zitten om een verhaaltje te verzinnen, maar dat wilden we niet. In ons residentiejaar was de voorstelling bijzaak. Het geeft rust en inspiratie om niet bezig te moeten zijn met scènes. Het is gezond om als theatermaker daar niet altijd mee bezig te zijn, anders word je een kneuterige toneelfanatieker die vergeet waarvoor het dient. Het observeren en laten ontstaan voelt ook als een eerlijke manier van werken. Daarbij willen we zoveel mogelijk met hen samenwerken. En zien we hen niet als 'het onderwerp'. Zelfs niet als 'maar' kinderen. Met hen samenwerken en hen en hùn context de voorstelling laten bepalen dat is de kern van de 'co-productie' zoals we dat noemen. Sommige kinderen zitten er zelfs bij als we een productievergadering houden. Dat zijn hele leuke momenten. Maar dan moet je dus die context voor laten gaan op 'het maken van een voorstelling'. Niet dat we dat niet belangrijk vinden. Integendeel: op deze manier krijgen we op den duur veel zin om vooral een voorstelling te maken.

Kind

Stefanie: Ik vind het heel belangrijk dat het over kinderen en pubers gaat, dat bepaalt de vorm van de voorstelling. Barbara en ik hebben al een voorstelling gemaakt met psychiatrische patiënten, maar dat waren volwassenen. Dat verschil is heel duidelijk. Kinderen hebben een andere dynamiek. Ze zitten in een vroege fase van het leven. Kinderen hebben een andere fantasie. De kinderen van Fioretti zijn erg getekend, maar er hangt meer hoop aan. Er hangt vaak ook meer kleur aan. Kinderen en pubers hebben een andere vorm van nieuwsgierigheid. Ze hebben ook een ander taalgebruik. Ze hebben meestal nog ouders. Kinderen hebben de toekomst voor zich. Die is hard aanwezig. Volwassenen hebben een verleden achter zich.

Bij kinderen en pubers denk je veel meer na over een toekomst. Bij ouderen wordt je geconfronteerd met een verhaal dat al meer af is.

Simon: Giovanni wees daarop toen we in Amsterdam werkten. Hij vond dat we de situatie van de kinderen vooral altijd als een fase moeten zien. Dat we er zo moeten mee omgaan. Dat we hun situatie nooit als een finaliteit mochten voorstellen. Soms is dat tegen beter weten in, maar toch is het de beste manier om er naar te kijken. We willen hen vooral niet laten samenvallen met een definitief oordeel. Dat moet je heel letterlijk opvatten: een diagnose is nooit een vaststaand gegeven maar het werkt soms wel zo.

Maarten: Hoe de mechaniek van een psychiatrie werkt, hoe kinderen daar terechtkomen en hoe een diagnose tot stand komt, dat vind ik interessant. We willen dat de voorstelling daarover vertelt eerder dan over de problemen van de kinderen te spreken. Als geschoold elektromechanicus draaide ik enkele jaren mee in de industrie, waar men doelstellingen op een rationele manier benadert. Wanneer je alleen efficiëntie en winst voor ogen houdt, kan je niet meer aandachtig kijken. Het lijkt alsof het rendement op korte termijn ook in de zorgcentra de bovenhand krijgt. Ik ben bang dat het verhaal van het kind zelf dan niet langer centraal staat.
 

De wereld is zot

Barbara: Door het contact aan te gaan met een plek als Fioretti, kijken we vooral naar onszelf. Fioretti is een kleine wereld die het 'niet gangbare' toont en dat is heel interessant. Hoe wij daarin verdwalen en hoe we dat proberen te vertalen, en vooral verwonderd proberen te blijven. Dat willen we vertellen. Geen focus op 'hoe het toch maar beter niet is'. Of anders gezegd: we willen niet de focus leggen op het stigma dat wordt gezet. Soms voelt dat als een stempel in de oren van vers vee. Als iemand u een stempel geeft dan bestaat ze. Dan is dat zo. Vandaar dat wij ons afvragen hoe lang de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) nog zal worden in de toekomst. Per slot van rekening vertonen wij allemaal vele kenmerken uit dit boek. Het gaat meer over hoe de buitenwereld naar hen kijkt dan over henzelf. Niet wat er mis is met hen, maar wel hoe we als maatschappij naar hen kijken.

Maarten: Als je met hen omgaat kijk je ook opnieuw naar hoe onze wereld werkt. Hoeveel prikkels er in die zotte wereld van ons zijn. Bij een tweede bezoek aan Fioretti werden we gevraagd de stad in te gaan om ingrediënten te kopen voor het middagmaal. Samen met enkele pubers trokken we naar de winkel. Reeds bij het nemen van de tram valt het op hoeveel prikkels ze opnemen van die buitenwereld. Hoe ze reageren op alles wat op hen afkomt. Hoe ze reageren op de aanwezigheid van andere mensen en de reclame. Ze slagen er niet in om iets buiten te houden. Ze worden volledig in beslag genomen door alles wat ze zien.
 

Stefanie: We zijn met hen ook het Guislain museum gaan bezoeken maar toen moesten we echt met hen naar een tekening gaan en erop wijzen. Je denkt eerst snel dat ze best niet teveel prikkels krijgen. Omdat ze dan 'te groot gedrag' kunnen vertonen. De tekeningen en foto's die in Guislain werden tentoongesteld zouden dan misschien teveel prikkels kunnen zijn. Maar het was eerder zo dat de twee kinderen die mee een bezoek brachten aan de tentoonstelling 'onverschillig' bleven ten opzichte van de beelden: we moesten echt met hen naar een tekening gaan en erop wijzen.

Het leert mij ook dat kunst vaak een groot bewustzijn nodig heeft om ernaar te kijken. Wij doen alsof dat gemakkelijk gaat. Maar je moet vaak jezelf er echt voor aan het werk zetten.

Misschien willen kinderen ook liever iets beleven. Zoals Hirschhorn, die de mensen botten gaf om door het vuilnis te lopen in zijn tentoonstelling 'Too Too Much Much'.

Daar waren veel kinderen die dat fantastisch vonden. Gewoon kijken is niet voor iedereen 'beleven'. Daarin zijn de kinderen van Fioretti niet anders. Het valt ook op dat ze vaak niet zo veel verschillen van het 'gewone'.

 

Theater is ganzenlever

Simon: Iedereen van ons heeft op zijn eigen manier materiaal verzameld. Nu zijn we begonnen ons materiaal samen te brengen. Nu moeten we het op bepaalde manier vastnemen. Het afwisselen van media, maakt het wel mogelijk om een structuur te maken.

Het is ook de vraag of we nu al die media gebruiken? Of moeten we ons beperken? Dat moeten we nu proberen te beantwoorden.

Soms vragen we ons af of we nu hetzelfde denken over theater. Misschien wel. Maar we hebben in ieder geval geen schrik van het feit dat we op een verschillende manier werken.

Maarten: Het is spannend om de concentratie van een publiek voor iets op te eisen dat niet evident is maar waar de noodzaak voor bestaat om het te vertellen.

We doen dat op een poëtische manier maar we willen niet naïef zijn. De mensen op hun gevoel aanspreken en het door de strot duwen.

Stefanie: Theater is ganzenlever.

Simon: Op zo een moment zien we theater niet als schone kunsten maar als artistiek medium. Dat delen we ook: we willen geen schone kunsten maken.

Maarten: Door te vertellen geven we een inkijk in een wereld die niet veel mensen kennen - maar die wereld wordt wel door die maatschappij, dus door ons, bepaald.  Dat is die maatschappij waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn omdat we er nu eenmaal in leven. Voor ons is er altijd de relatie tussen een artistieke praktijk en de maatschappij.

Simon: En er is vandaag nu eenmaal niet veel ruimte voor een artistieke praktijk en er schort ook veel aan die maatschappij.

Stefanie: Soms wordt het theater naar ons gevoel slecht omdat er geen enkele link is of code die nog naar de buitenwereld verwijst. De buitenwereld is dan heel ver af. Dan heb je geen aansluiting om er naar te kijken.

Simon: Muziek heeft dat niet. Dat is ook het fijne aan het werken met Giovanni en Jeroen. Hun muziek is abstract en heel concreet tegelijkertijd. Giovanni noemt dat een directe poëtische communicatie. Dat is ook zo. Je merkt dat dat met de kinderen in Fioretti ook zo werkt. Jeroen en Giovanni beginnen te spelen voor hen en iedereen is mee.

Fioretti is niet thuis

Barbara: Waarom dan de psychiatrie uitgerekend ons onderwerp is? Dat is een vraag zonder een al te direct antwoord. Dat is moeilijk om te beantwoorden of te verklaren. Maar psychiatrie is inhoudelijk iets, en we hadden er al een link mee vooraleer we met Fioretti te maken kregen. Het is ook voor ieder van ons anders. We delen in ieder geval de noodzaak om er over te vertellen.

Hoe hard je er ook over nadenkt, je denkt telkens opnieuw: een kind hoort daar niet te zitten.

Wij eisen spel op door theater te maken, en een kind moet dat ook kunnen doen zonder teveel muren om zich heen. Ik denk dat we ook geïnteresseerd zijn in die muren en daar iets over willen vertellen. Wie heeft die muren gebouwd en waarom mogen ze niet omvallen? En waarom is het kot zo klein als ze omvallen? Er zijn veel vraagstukken en soms lijkt de materie op complexe wiskunde. Daarom zal het noodzakelijk zijn om iets met hersenen te doen in de voorstelling.

Simon: Het onderdrukken van dat geweld, bijvoorbeeld de rustkamer die een soort cel is - hoe je het ook draait of keert, daar komt het op neer - en de medicatie... Je kan daar tegen zijn maar we zouden ook niet weten hoe het anders moet.

Barbara: Toch voel je tegelijkertijd dat het anders moet.

Maarten: De impact van architectuur speelt daarin naar mijn gevoel een belangrijke rol. Er zou meer ruimte moeten zijn voor hen individueel.

Barbara: Ventilatie en adem zijn belangrijk. Dat staat tegenover iets onderdrukken. Iets dat onderdrukt wordt, ontploft. Ginder gebeurt er wel eens een ontploffing.

Stefanie: Ik heb schrik van geweld. Geweld is echt een gegeven in Fioretti. Behalve een kleine dreiging met een knipschaar hebben we daar nooit hinder van gevonden.

Simon: Ons contact met hen is altijd heel goed verlopen. We zijn ook geen opvoedend personeel dat de taak heeft om de orde te bewaren. Wij staan in de positie van de observeerder. Dat is natuurlijk handig. We staan niet in voor 'opvoedkundig handelen'.

De kinderen toonden snel heel veel vertrouwen in ons. Ze hebben het spel altijd aangenomen.

Stefanie: Zo een groep kinderen is tegelijkertijd een hechte groep en echt een verzameling individuen. Die kinderen zijn er bijna altijd, maar opvoeders wisselen voortdurend. Het is ook vaak niet hun eerste instelling. Dus steeds andere mensen, en de vreemden die passeren kennen ze snel.

Maarten: Je krijgt het gevoel dat ze verschrikkelijk snel volwassen moeten worden. Hoe ze in een onbekende groep terecht komen. Sommige hebben vaak al verschillende voorzieningen achter de rug.

Stefanie: De kinderen zijn ook allemaal erg op zichzelf. Het lijkt alsof ze weten dat iedereen rond hen tijdelijk is.

Barbara: En hoe lang ze ook in Fioretti verblijven, de thuissituatie is veel meer aanwezig dan je zou denken. We zijn ook een aantal van de ouders gaan bezoeken. Dan merk je dat hun verblijf in Fioretti, en hun positie vooral onderdeel is van een nog grotere problematiek.

 
 

Brugge, dinsdag 20 januari 2015